Altijd voor de verwerking het vochtgehalte in de vloer meten en de percentages in overeenstemming brengen met de soort ondervloer. In geval van twijfel altijd een deskundige raadplegen.
Een betrouwbaar hulpmiddel bij het vaststellen van een vochtpercentage is het CM-Gerät. De meetwaarden moeten schriftelijk aan de opdrachtgever worden bevestigd.
N.B. Op vloeren met vloerverwarming mag u, om beschadiging aan de verwarmingsinstallatie te voorkomen, geen vochtmeetmethodes loslaten, waarbij het noodzakelijk is om gaten te hakken (b.v. met het CM-Gerät). Als er sprake is van vloerverwarming, zullen er in het algemeen opstartvoorschriften of een zgn. "opwarmingsprotocol" aanwezig zijn. Als men zich hieraan houdt is vochtmeten overbodig.
De samenstelling van de ondervloer Het toelaatbaar vochtgehalte voor de verwerking van pvc vloerbedekking, gemeten met het CM-Gerät
Zand/cement < 2,5%
Anhydriet 0,3 á 0,5%
Magnesiet < 0,3%
Koudbitumen
< 2%
De voorbehandeling van de afwerkvloer
In principe moeten alle typen afwerkvloer VOORGESTREKEN EN GEËGALISEERD worden omdat de geringste oneffenheid in de ondervloer, indien u egaliseren nalaat, zich zal gaan aftekenen.
Raadpleeg desgewenst uw leverancier van lijm- en egalisatiemiddelen. Voorstrijk- en egalisatiemiddelen moeten conform de verwerkingsvoorschriften van de fabrikant worden opgebracht. Ze moeten dusdanig worden opgebracht dat ze zich hechten en duurzaam met de ondergrond verbinden, niet scheuren en voldoende drukvast zijn. De minimale egalisatiedikte voor rollende belasting is 2 mm. Dichte, niet zuigende ondergronden moeten bij gebruik van dispersielijmen voldoende dik worden geëgaliseerd, tenminste 2 mm.
Na het uitvlakken de vloeiranden langs de wanden en overgangen wegsnijden. Dat geldt ook voor nog uitstekend isolatiemateriaal en afschermfolie.
Installatievoorwaarden
• Omgevingstemperatuur minimaal 18° C.
• Ondervloertemperatuur minimaal 15° C.
• Relatieve luchtvochtigheid maximaal 70 %.
• Niet alleen de omgeving dient een minimum temperatuur te hebben van 18° C, maar ook de vloerbedekking zelf, alsmede de voorstrijk- en lijmproducten.
• Bij de meting van het vochtpercentage, vaststellen of de vloer uniform van dikte is – grotere laagdikten hebben een langere droogtijd.
• Draag zorg voor optimale droogomstandigheden.
• Breng voorstrijkmiddelen aan met een roller, niet met de trekker.
Algemene wenken voor de verwerking van TFD Floor Tile pvc vloerbedekking
Controle ondergrond
Controleer altijd of er sprake is van een blijvend droge, scheurvrije, schone, trek- en drukvaste, vlakke vloer.
Opslag
Zorgt u ervoor dat het materiaal te allen tijden op een vlakke ondergrond ligt. Wanneer het materiaal niet vlak wordt opgeslagen zal dit tot problemen kunnen leiden bij de verwerking.
De controle van het te verwerken materiaal
De vloerbedekking wordt voor het verlaten van de fabriek aan een zorgvuldige controle onderworpen, waardoor een hoge kwaliteitsstandaard kan worden gegarandeerd. Evenwel het 100 % uitsluiten van gebreken kunnen wij niet waarborgen. Controleert u daarom te allen tijden voor de verwerking het materiaal op zichtbare gebreken. Eventuele klachten worden alleen in behandeling genomen vóórdat u met het werk aanvangt. Na de verwerking kunnen wij uitsluitend nog klachten in behandeling nemen ten gevolge van aanvankelijk verborgen gebreken. De op onze factuur vermelde gegevens zoals: factuur- en ordernummer zijn onontbeerlijk voor de behandeling van klachten.
Legplan
Voor een optimale vlakverdeling en een zo klein mogelijk snijverlies, een smetlijn uitzetten die is afgestemd op het formaat van de verwerken stroken/ tegels. Wij adviseren u vooraf een werktekening te maken, hoe u de stroken/ tegels gaat leggen in de te verwerken ruimte.
Het ontspannen van het materiaal en de klimaatomstandigheden tijdens de verwerking.
Om het materiaal voldoende de gelegenheid te bieden zich te ontspannen, moeten de stroken/ tegels minimaal 24 uur in de te verwerken ruimte, om zich aan de ruimte en temperatuur te kunnen aanpassen. De ideale verwerkingstemperatuur ligt bij ca. 18° C terwijl de luchtvochtigheidsgraad de 70 % niet te boven mag gaan. Is aan deze voorwaarden niet voldaan, dan zal dat zijn consequenties hebben tijdens de verwerking. Het materiaal past zich nl. aan de temperatuur van de ruimte waarin moet worden gewerkt aan. Te lage temperaturen en/ of een te hoge luchtvochtigheidsgraad hebben tot gevolg, dat het materiaal zich moeilijker laat verwerken en de lijm nauwelijks zal afbinden. Direct zonlicht moet, zeker tot op het moment dat de lijm volledig is afgebonden, vermeden worden .
Als het materiaal wordt verwerkt op een MDF of andere zwevende houten ondervloer (b.v. Jumpax) dan dient deze minimaal 24 uur van tevoren te zijn gelegd, alvorens u begint met het verwerken/ plakken van de TFD Floor Tile's pvc vloerbedekking.
Voorkom kleurverschillen
Per ruimte mag alleen materiaal worden verwerkt uit dezelfde charge.
De verwerking
Als lijm adviseren wij u gebruik te maken van speciaal voor pvc geschikte lijm. Dit te bevragen bij uw lijmleverancier. Onze voorkeur geniet de 540 van Eurocol, of onze eigen TFD lijm.
Vloerverwarming
Zorg ervoor, dat v óó r het aanbrengen van de vloerbedekking en voorliggende handelingen de vloerverwarming minstens 24 uur van te voren wordt uitgeschakeld. Minstens 24 uur na het plaatsen van de vloerbedekking kan de vloerverwarming in stappen van 5°C per dag weer worden opgestart. Bij de entree en in ruimten waar de te verwachte temperatuur en/ of de hoeveelheid vocht hoger is, adviseren wij een polyurethaan lijm (vocht- en temperatuurbestendig).
De lijm aanbrengen met de voorgeschreven vertanding, A-2
De vloerbedekking plaatsen na een opentijd van 15 tot 20 minuten, afhankelijk van temperatuur en relatieve luchtvochtigheid. Tijdens het verlijmen niet op de net verlijmde vloerbedekking kruipen of lopen, omdat deze in de vochtige lijm kan verschuiven. Na ca. 20 minuten de vloerbedekking zorgvuldig walsen en dit na ca. 30 minuten nogmaals herhalen
Bij het leggen op MDF of andere zwevende houten ondervloeren (b.v. Jumpax) de stroken/ tegels vrij houden van het plint. Om, met name bij MDF of andere zwevende houten ondervloeren (b.v. Jumpax) de stroken/ tegels over de gehele vloer op het juiste moment in het lijmbed te leggen adviseren wij u om met 2 personen te werken.
Houdt u rekening met de klimatologische omstandigheden en de temperatuur in de verwerkingsruimte. De voorschriften zijn gebaseerd op gemiddelde omstandigheden. Er is een optimale kleefkracht bereikt als u proefondervindelijk hebt vastgesteld dat de lijm ca. 80 % van het oppervlak van de onderzijde van de vloerbedekking heeft geraakt.
De kanten van de TFD Floor Tile's pvc vloerbedekking worden afhankelijk van soort en type gefreesd. U kunt de naden niet lassen.
Nooit oplosmiddelen gebruiken voor het verwijderen van lijmvlekken. Lijmvlekken direct met een vochtige doek verwijderen. In geval van gedroogde lijmvlekken deze verwijderen met water en zeep, desnoods met behulp van een vliegensponsje.
Algemene richtlijnen vloerverwarming:
Het vloerverwarmingsysteem dient te worden aangebracht volgens de voorschriften van de leverancier. Een verkeerd geïnstalleerd vloerverwarmingsysteem kan de oorzaak zijn van het loskomen van de dekvloer en/of deformatie van de vloerbedekking.
Schade aan vloerafwerking en/of de leidingen van vloerverwarming omdat deze verkeerd zijn aangebracht waardoor er niet of nauwelijks dekking van de afwerklagen zijn te realiseren, vallen buiten alle aansprakelijkheid van de applicateur van de vloerafwerking en zijn toeleveranciers.
Na minimaal 28 dagen, na het aanbrengen van de dekvloer, het water van de vloerverwarming langzaam opstoken in stappen van maximaal 5° C per dag.
Vervolgens dient men er voor te zorgen dat de vloerverwarming gedurende een periode van 14 dagen continue is ingeschakeld. Dit in verband met zetting van de vloer en hierdoor is het mogelijk dat het aanwezige restvocht versneld uit de vloer kan verdampen.
Minimaal 24 uur voor het aanbrengen van de egalisatie/vloerbedekking de vloerverwarming uitzetten.
Minimaal 24 uur na het aanbrengen van de egalisatie/vloerbedekking de vloerverwarming inschakelen en de watertemperatuur opbouwen in stappen van maximaal 5° C per dag.
BKA
Bovenstaande richtlijnen zijn tevens van toepassing indien er in de vloerconstructie een BKA (beton kern activering) systeem is aangebracht en er gebruik gemaakt wordt van een buitenafhankelijke temperatuurregeling. Hierbij zal de temperatuur wisselen tussen de 17° C en de 28° C. Een ander systeem is dat men gebruik maakt van een constante temperatuur van 22° C
Als de te beleggen vloeren van dit systeem zijn voorzien zullen er geen voorzorgmaatregelen noodzakelijk zijn.
BKA
Afkorting voor Beton Kern Activering. Een innovatief klimaatsysteem dat toegepast kan worden om bedrijfsgebouwen te verwarmen én te koelen. In het hart van betonvloeren worden flexibele buizen opgenomen waardoor water met een continue temperatuur gepompt wordt. De energie wordt voor een groot gedeelte uit de bodem gehaald. In de zomer wordt het relatief koele grondwater door de buizen en/ of naar de luchtbehandelinginstallatie gevoerd, het water wordt door de warmere vloer opgewarmd, waarna dit water op een andere plek weer in de grond wordt teruggevoerd. In de winter zal dat water weer opgepompt worden, waarna er doormiddel van een warmtepomp, het water op een hogere temperatuur door de leidingen gevoerd wordt en zo het gebouw opwarmt.
EN12667:2001 norm wordt gehanteerd voor onze TFD vloeren.
Voor de 2mm is de waarde 0,021KW
Voor de 3mm is de waarde 0,041KW
Opstook- en afkoelprotocol
Dit opstook- en afkoelprotocol moet bij voorkeur meermaals worden uitgevoerd voordat een vloerbedekking of –afwerking (kunstofvloer, tegels, plavuizen, parket, laminaat, marmoleum enz.) wordt aangebracht.
Onder vloerverwarming wordt in dit opstook- en afkoelprotocol een warmwaterleiding verstaan die in een vloer is opgenomen. De vloer moet boven die waterleiding ten minste 25 mm dik zijn.
In dekvloeren waarin vloerverwarming is opgenomen kan scheurvorming ontstaan door thermische lengteveranderingen. Om dat risico zoveel mogelijk te beperken, is het noodzakelijk de vloerverwarming langzaam en met regelmaat op temperatuur te brengen. Het is raadzaam daarvoor onderstaand opstook- en afkoelprotocol te hanteren.
Een opstook- en afkoelprotocol voor vloerverwarming gaat uit van de watertemperatuur van de verwarmingsinstallatie en niet van een eventuele thermostaattemperatuur in de betreffende ruimte. Het is verstandig om het proces voort te zetten tot het water een temperatuur heeft bereikt van het hoogste 40 °C. Algemeen geldt dat het water niet warmer dan maximaal 40 °C mag worden. Installatiebedrijven geven nogal eens 55 °C als maximum temperatuur aan. Dit levert echter een aanzienlijk verhoogd risico op scheuren en op onthechting op. Als het niet perse noodzakelijk is om 55 °C aan te houden, dan verdient het aanbeveling het opstookprotocol op 40 °C af te stemmen. Ga zeker niet hoger dan 55 °C. De schadekans stijgt namelijk enorm! Ook is het van belang dat de dekvloer ongeveer op eindsterkte is. Dit maakt dat cementgebonden dekvloeren bij voorkeur niet binnen 28 dagen worden opgewarmd. Voor calciumsulfaat gebonden dekvloeren kan dit desnoods afhankelijk van de mortelkwaliteit, wel iets eerder gebeuren. Calciumsulfaat heeft namelijk een hogere interne buigsterkte.
Hoeveel eerder is niet goed aan te geven en is geheel afhankelijk van de omstandigheden waaronder de vloer is gedroogd. Als vuistregel kan worden aangehouden dat de calciumsulfaatvloer niet meer dan 3 gewichtsprocenten vocht mag bevatten. Dit moet met een calcium carbid meter worden bepaald.
NB
Scheuren ontstaan doorgaans niet in de opwarmfase maar in de afkoelfase. Deze fase is dus feitelijk nog belangrijker dan de opwarmfase, dus ook bij het afkoelen moet het juiste tempo worden aangehouden.
· Start met een watertemperatuur die 5 °C hoger is dan de omgevingstemperatuur van de betreffende ruimte. De watertemperatuur moet worden afgelezen op de verwarmingsinstallatie.
· Verhoog de watertemperatuur iedere 24 uur (of langer) met 5 °C, net zolang tot de praktisch maximale watertemperatuur van 40 °C is bereikt (ziek opmerking hiervoor).
· Houd de maximum watertemperatuur minmaal 24 uur stabiel op 40 °C.
· Verlaag daarna de watertemperatuur iedere 24 uur met 5 °C, net zolang tot de starttemperatuur weer is bereikt. Steeds vaker komt het voor dat een vloerverwarmingssysteem ook kan koelen. Bij een dergelijk systeem is het belangrijk (zeker 's zomers bij hoge temperaturen) dat de afkoelcyclus wordt doorgezet totdat de minimale temperatuur op de verwarmings- en koel unit 15 °C bedraagt.
· Wanneer er voldoende tijd beschikbaar is, herhaal deze cyclus dan meerdere malen.
· Het is verstandig om dit opstook/afkoelprotocol aan de eindgebruiker/consument te verstrekken ten behoeve van normaal gebruik na de oplevering. Het opstook- en afkoelprotocol moet namelijk ook na langdurige stolstand van de vloerverwarming worden gevolgd.
|